Innovatieaftrek vervangt octrooiaftrek

Door Thomas Baudewijn op 21 december 2016
income tax

In 2007 werd in België de octrooiaftrek geïntroduceerd, een fiscale gunstmaatregel die innovatie bij de Belgische ondernemingen moest stimuleren. Op grond van dit systeem kon 80% van de bruto-inkomsten voortvloeiend uit een octrooi worden afgetrokken, waardoor deze slechts belast werden aan een maximale voet van 6,8%. Bovendien kon deze aftrek gecombineerd worden met andere gunstregimes zoals de notionele intrest, teneinde de fiscale druk verder te verminderen.

Dit soort van systemen is de laatste tijd steeds meer en meer onder druk te komen staan doordat bepaalde bedrijven dermate ver gaan in hun fiscale optimalisatie dat dit vanuit een maatschappelijk oogpunt steeds minder te verantwoorden valt. In het kader hiervan is de octrooiaftrek met ingang van 1 juli 2016 op de schop gegaan. Hiermee komt België tegemoet aan de BEPS (Base Erosion and Profit Shifting) aanbevelingen van de OESO op grond waarvan andere soortgelijke regimes eveneens sneuvelden zoals de IP Box die in Luxemburg werd toegepast.

Om het gat op te vullen komt er evenwel een nieuwe maatregel, namelijk de innovatieaftrek die eveneens toestaat dat bepaalde inkomsten die voortvloeien uit innovatie worden afgetrokken van de belastbare grondslag en die voldoet aan de BEPS aanbevelingen. Wie van de octrooiaftrek kon profiteren, blijft dus niet met lege handen achter maar zal zich geconfronteerd zien met een ander systeem.

Het goede nieuws is dat het toepassingsgebied van de innovatieaftrek een stuk ruimer is dan deze van de octrooiaftrek. Daar waar deze laatste beperkt was tot aftrek van inkomsten uit octrooien en ABC’s, zal de innovatieaftrek eveneens van toepassing zijn op inkomsten uit kwekersrechten en software die beschermd is onder auteursrecht. Eveneens wordt het begrip “inkomsten” verder uitgebreid en zal bijvoorbeeld ook meerwaarden omvatten.

De basis waarop de aftrek kan worden toegepast zal eveneens verschillend zijn. In plaats van 80% van de bruto-inkomsten af te trekken, zal een aftrek toegelaten zijn van 95% op de netto-inkomsten. Bijgevolg zullen eerst de gemaakte kosten moeten worden verrekend alvorens de innovatieaftrek toe te passen, inclusief de historische kosten voor O&O. Daarnaast zal een zogenaamde “modified nexus fraction” moeten worden toegepast op deze netto-inkomsten.

De modified nexus fraction wordt berekend als volgt. Eerst wordt de som berekend van kosten voor O&O van de belastingplichtige, de O&O kost voor outsourcing aan derden en de “pass-through” kosten betaald aan derden voor gerelateerde bedrijven. Dit wordt vervolgens gedeeld door zelfde bedrag dat moet worden vermeerderd met de kosten voor het verkrijgen van het intellectueel eigendomsrecht en de O&O uitgaven voor outsourcing aan gerelateerde bedrijven. Ten slotte mag de bekomen fractie worden vermenigvuldigd met factor 1,3.

Deze wijzigingen zullen er toe leiden dat de innovatieaftrek in bepaalde gevallen gunstiger zal uitvallen dan de octrooiaftrek en dat anderen meer baat hebben bij het oude systeem. Dit laatste zal voornamelijk het geval zijn voor ondernemingen met hoge investeringen, omdat in een dergelijk geval de basis voor de aftrek kleiner zal zijn en de modified nexus fraction minder gunstig zal zijn.

Finaal zal er voorzien worden in een overgangsmaatregel, waarbij de belastingplichtige kan kiezen tussen de toepassing van ofwel het oude systeem van octrooiaftrek tot maximum 30 juni 2021 dan wel het nieuwe systeem toe te passen. Eenmaal een keuze is gemaakt, kan niet meer overgegaan worden naar het andere regime zodat de keuze onherroepbaar is.

Deze nieuwe maatregel is nog niet definitief goedgekeurd en zal wellicht pas begin volgend jaar worden gestemd.

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.