JE SUIS CHARLIE als merk

Door Thomas Baudewijn op 14 januari 2015
JE SUIS CHARLIE

Diverse media wisten deze week te melden dat een Belg het Benelux woordmerk "€œJE SUIS CHARLIE"€ heeft gedeponeerd op 8 januari 2015, daags na de aanslag op het satirische blad Charlie Hebdo. De aanvraag heeft betrekking op een brede waaier van waren en diensten, gaande van cosmetische producten over kleding tot zelfs diensten van telecommunicatie.

Ondertussen heeft de aanvrager het merk reeds ingetrokken, maar toch zullen sommigen zich de vraag stellen of dit zomaar kan en of het depot zou geweigerd worden door het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) indien de aanvraag niet zou zijn ingetrokken.

Er zijn twee weigeringsgronden te bedenken die eventueel een belemmering zouden kunnen vormen voor de registratie van het merk. Om te beginnen mag een merk niet strijdig zijn met de openbare orde en de goede zeden. Dit betekent dat het merk in overeenstemming moet zijn met de fundamentele grondslagen van de samenleving en datgene wat als moreel aanvaardbaar wordt geacht. In casu lijkt dit evenwel niet aan de orde te zijn, omdat er geen normen worden geschonden en het merk zelf niet racistisch, godslasterend of anderszins zwaar beledigend is. De praktijk leert ons bovendien dat het BBIE niet snel geneigd is om deze weigeringsgrond in te roepen en dat de lat dus best hoog ligt.

Daarnaast kan een merk ook geweigerd worden als het in het normale taalgebruik of handelsverkeer gebruikelijk is geworden. Maar alvorens iets als gebruikelijk kan worden bestempeld dient dit toch gedurende een zekere tijd worden gebruikt. Dit is hier niet geval aangezien het depot slechts één dag na het eerste gebruik van de slogan werd verricht. Aan de andere kant kan je door de enorme aandacht voor de aanslag en ook de intensiteit van het gebruik van de leuze "€œJE SUIS CHARLIE"€ in de uren na de aanslag dan weer argumenteren dat het gebruik dermate intens was dat het op een extreem korte tijd gebruikelijk is geworden.

Ook in Frankrijk werden verschillende aanvragen ingediend en het is precies met dit argument dat het Institut National de la Propriété Industrielle (INPI) -€“ de Franse tegenhanger van het BBIE -€“ deze aanvragen heeft afgewezen. Hoewel sommigen zeer tevreden zullen zijn met deze beslissing, lijkt het INPI zich hier toch wel behoorlijk flexibel te hebben opgesteld. Deze beslissing impliceert immers dat een slogan op slechts één dag of zelfs maar enkele uren tijd kan vervallen tot iets wat gebruikelijk is in het normale taalgebruik. Dit is wel heel erg extreem en lijkt vanuit een juridisch oogpunt niet helemaal correct. Wellicht zijn de weigeringen vooral ingegeven door het sentiment dat het onwenselijk is dat uit de gebeurtenissen commercieel gewin zou worden gehaald.

Los hiervan zou in theorie natuurlijk ook oppositie kunnen aangetekend worden tegen de aanvraag, maar dat kan enkel door de titularis van een ouder merk en die moet dan nog kunnen aantonen in zijn rechten te zijn geschaad.

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.