Recht van voorrang

Door Thomas Baudewijn op 22 oktober 2014

Wanneer een merk wordt gedeponeerd en aan de nodige formele vereisten voldoet opdat er een depotdatum wordt toegewezen, wordt er aan de deposant een recht van voorrang toegekend dat gedurende zes maanden blijft bestaan.

Tijdens deze termijn kan de deposant zijn merk deponeren in andere landen waarbij deze uitbreidingsdepots zullen geacht worden te hebben plaatsgevonden op dezelfde datum als het eerste depot werd verricht. Aangezien een territoriale uitbreiding doorgaans de nodige tijd vraagt, geeft dit recht de deposant de mogelijkheid om bescherming te bekomen in diverse landen met eenzelfde depotdatum.

Dit recht geldt enkel voor de landen die zijn aangesloten bij het Unieverdrag van Parijs, maar aangezien meer dan 180 landen het verdrag hebben geratificeerd zal dit vrijwel altijd het geval zijn.

Voorbeeld: Bedrijf X deponeert op 14 januari een merk in de Benelux en vervolgens op 12 juli van datzelfde jaar een merk in Duitsland. Bedrijf Y deponeerde eveneens in Duitsland datzelfde merk op 31 mei van datzelfde jaar.
Omdat bedrijf X een recht van voorrang had tot en met 14 juli zal haar Duitse merk geacht worden te hebben plaatsgevonden op 14 januari en zal dit zodoende een ouder recht zijn dan het Duitse merk van bedrijf Y en zal deze laatste moeten wijken.